Skip to article frontmatterSkip to article content
Site not loading correctly?

This may be due to an incorrect BASE_URL configuration. See the MyST Documentation for reference.

Modellen geven zoals gezegd, een wiskundige beschrijving van de manier waarop data in een bepaalde context (volgens ons) tot stand komen. Die beschrijving bestaat concreet uit een verzameling van

  • wiskundige functies (ff) en

  • argumenten (aa) voor die functies

{f1(a1,1,a1,2,โ€ฆ),f2(a2,1,a2,2,โ€ฆ),โ€ฆ}\{f_1(a_{1,1}, a_{1,2}, \ldots), f_2(a_{2,1}, a_{2,2}, \ldots), \ldots\}

We maken in machine learning een onderscheid tussen twee types argumenten:

  1. gekende waarden van inputvariabelen

  2. onbekende parameters

Het objectief van machine learning is om de onbekende parameters te achterhalen. Parameters bepalen namelijk het numerieke patroon dat achter de datageneratie zit. Dat patroon willen we te weten komen om voorspellingen over nieuwe data te kunnen maken. Dat gebeurt aan de hand van een bepaald leeralgoritme dat op zoek gaat naar de optimale oplossing voor de parameters.

Parameters zijn onbekende functie-argumenten in de wiskundige beschrijving van de data die door ons model wordt gegeven.

  • Model parameters zijn het geheel van onbekende functie-argumenten in het model die afgeleid/geschat/geleerd dienen te worden uit de data.

  • We achterhalen de optimale waarden voor model parameters aan de hand van een bepaald leeralgoritme.

  • Model parameters bepalen de numerieke patronen die achter de datageneratie zit.

  • De hoeveelheid parameters in een model bepaalt de modelcomplexiteit.

box

Deze bekende uitspraak verwijst naar het feit dat we nooit in staat zijn om een volledig juiste theorie te hebben over hoe data tot stand zijn gekomen. En als we die al zouden hebben, zou die zoveel parameters bevatten dat we nooit voldoende data kunnen verzamelen om die allemaal voldoende betrouwbaar te schatten via ons leeralgoritme.

Hoe complex we ons model kunnen maken, hangt af van de hoeveelheid beschikbare data/informatie.
Het kan zijn dat bepaalde informatie gewoonweg niet beschikbaar is.

Anderzijds, kan het zijn dat we gewoonweg over te weinig observaties of metingen beschikken om een betrouwbare schatting te maken. Zie illustratie van de Law of large numbers.

Hoe complex we ons model willen maken, hangt af van de use case. Zeker in een product-context, is het algemeen aangeraden om zuinig te zijn met parameters:

  • Je moet meer data verzamelen vooraleer je kan beginnen leren (trainen)

  • Het leerproces (training) wordt complexer en onstabieler

Source
Source
<Figure size 1400x600 with 2 Axes>
๐Ÿ“Š Statistics after 2000 samples:
   True population mean (ฮผ): 0
   Final sample mean: 0.0085
   Difference from true mean: 0.0085
   Standard error: 0.0224

Over fittingยถ

Als we meer parameters aan een model toevoegen, stellen we het in theorie in staat om steeds complexere patronen te leren. Maar het volume van de trainingsdata gelijk blijft, geven we het model bij elke nieuwe parameter een extra gelegenheid om de data in zijn geheel als patroon te leren. Als er in het extreme geval uiteindelijk evenveel of meer parameters zijn als trainingsdata, leert het model de trainingsdata 100% accuraat te voorspellen omdat het de data van buiten kent, maar wanneer het geconfronteerd wordt met nieuwe data, gaat het volledig de mist in omdat het ook enkel de trainingsdata kent.

Het fenomeen waarbij de verhouding tussen het aantal model parameters en de hoeveelheid trainingsdata te groot wordt, waardoor het model enkel goed presteert op eerder geziene data, heet over fitting.

Source
<Figure size 1200x800 with 1 Axes>